Als kappertjes het goud van het Zuiden zijn, dan moeten de pitten van de pijnboom de diamantjes zijn. Het is nog arbeidsintensiever dan het verzamelen van kappertjes. Eerst moet je de juiste pijnboomappels vinden waar de pitjes in zitten en dan pulk je ze tussen de segmentjes uit. Ze zitten in een harde huls en die is lastig te kraken (en als het makkelijk gaat, dan zijn de pitjes al volledig uitgedroogd). Het is me nog niet gelukt om één hele pit uit zijn kokertje te halen en dan zijn ze natuurlijk waardeloos. Toch fijn dat deze bomen niet alleen zorgen voor een bumpy oppervlak van onze Piazza en oprijlaan (en de wortels zelfs een gevaar vormen voor de watertank onder het huis), maar ook hun (vrucht)steentje bijdragen aan de voedselvoorziening en broodnodige schaduw. Het is trouwens weer erg warm geweest, maar vorige week zaterdag kwam er verkoeling in de vorm van regen. ’s Nachts werd het zelfs een beetje eng, want de donder en bliksem boven ons hoofd hield maar niet op en met je ogen dicht zag de nog steeds de flitsen. De regen kwam met bakken uit de hemel en de volgende dag stond de Piazza dan ook weer helemaal blank. Foxy kwam naar buiten om haar buikje te laten zwemmen, maar doordat het ook stevig waaide was dat maar pret voor even. Het is inmiddels een stukje afgekoeld (begin de 20 graden) en zeer aangenaam buiten. ’s Avonds wordt het wat frisser en ik heb zelfs voor het eerst sinds mei een lange broek aangehad.
We hadden al vaker last van een moeilijk startende auto, maar omdat we er niet dagelijks in rijden, dachten we dat dit aan de accu lag. Na een moeilijke start reden we richting Ostuni om de post en een paar boodschapjes te halen. Nadat we onze vuilnis in de containers hadden gedumpt , wilde de auto niet meer starten. Ook niet na de boodschappen gedaan te hebben en ook niet na een stevige en warme tippel naar Mailboxes. Gelukkig stonden we vlakbij een garage en Rosanna ging hulp halen. Een nogal zwijgzame man knikte dat ‘ ie met startkabels zou komen en vervolgens reed hij weg. 5 Minuten later was ‘ ie terug met de kabels, maar na diverse pogingen lukte het nog steeds niet om de motor te starten. Het was de startmotor en kon ‘m die dag nog repareren. Bijdehante Rosanna vroeg hem meteen om een lift naar huis (’t is best een eind lopen, zo’n 6 km, en de melk zou tegen die tijd zeker zuur zijn) en nogal nors ging ‘ ie accoord. Ik bedacht me dat Giuseppe waarschijnlijk net klaar zou zijn met werken (in Ostuni) en belde hem om een lift naar huis. Hij bleek al thuis, maar wilde ons toch perse komen halen en toen hij er na zo’n 15 minuten was, reed ‘ ie ook nog even langs de garage en “toevallig” kende hij die norse man uit Carovigno (iedereen kent iedereen hier). Hij scheen “molto bravo” (erg goed) te zijn in zijn vak, dus liet Rosanna haar baby met een gerust hart achter.

’s Middags fietste ik om 4 uur naar de kwekerij voor de les en ik werd begroet door 3 honden. Ze blaften wel, maar deden niks en behalve de hele menagerie beesten (7 honden, 3 katten, 7 varkens, 2 paarden, vogeltjes en ik weet niet hoeveel kippen) was er geen mens aanwezig. Ik begon te twijfelen aan de afspraak (Giuseppe is ondanks zijn vaagheid erg stipt met z’n afspraken), maar 5 minuten later kwam de hele familie aanrijden. Het werden een aantal aangename uurtjes met Mary, die me vertelde hoe je gedroogde vijgen met amandelen moet maken (elke Italiaanse vrouw die ik tot nu toe ben tegengekomen, praat over koken en hoe je iets móet klaarmaken) en Giuseppe liet me een deel van de kwekerij zien waaronder de varkens met kippen in een soort stal. Ondertussen werden we begeleid door een aantal hondjes en een paard en toen er een kip ontsnapte werd die flink achterna gezeten. De kip verdween en wij gingen samen met paard Rosie en één van de honden (ook bijna zo groot als een kleine pony, maar een watje) de kassen in. Inmiddels was het al 6 uur en moesten we op pad om de auto op te halen. Toen ik op de fiets stapte zag ik dat er een veer met een stuk vlees tussen de kaken van één van de kleine monstertjes zat, maar de kip zelf kon op de valreep nog gered worden. Mary ging ook mee en toen de auto met nieuwe startmotor (de oude was helemaal uitgebrand) weer veilig op zijn plekje voor het huis stond, dronken we nog een drankje samen en uitten we onze dank voor hun hulp. Fijn hoor, om “buren” te hebben waar je het goed mee kunt vinden. De volgende dag was het Giuseppe’s beurt om met pech langs de weg te staan en Rosie reed hem naar een mecanicien en vervolgens moesten de kinderen van een feestje gehaald worden. De wederdienst was snel gedaan. We kregen de halve menagerie ook nog op bezoek.

De jongens waren net weer thuis van hun weekje in de Salento en toen schrokken ze op van een paard op de weg, en daarna nog één en toen kwam er een hond zo groot als een kleine pony en nog wat kleinere hondjes….Ze werden even uitgelaten en paard Rosie kwam nieuwsgierig even aan je arm knabbelen. Helaas liet ze geen pakketje achter voor de bemesting van de grond, dierlijke mest is namelijk goed voor het opbouwen van de composthoop. Het was een nogal grappig gezicht al die beesten en het kleine mannetje met een paard aan de lijn.
We hebben ons ook weer door een stukje bureaucratie heengeworsteld. Voor mijn residentieaanvraag hadden we uiteindelijk alle juiste papieren verzameld. Ik heb inmiddels een geldige bankrekening (in Ostuni) met voldoende middelen erop, de ziektekostenverzekering heeft Roberta geregeld (ze moest daarvoor mijn beroep aangeven en dat werd casalinga, een chique woord voor huisvrouw – nooit gedacht dat ik het zover zou schoppen) en de aanmelding bij het kantoortje voor de verontreiningsbelasting was ook succesvol. Rosanna heeft al voor alle huizen voor een heel jaar betaald en ik krijg daarom voor dit jaar dispensatie. Met alle papieren gingen Rosie en ik naar het gemeentehuis en na een half uurtje wachten waren we aan de beurt. Je moet goed je plekje in de gaten houden (geen nummertjes), want voor je het weet is er iemand met een “heel kort vraagje” tussendoor gekropen en is er weer een kwartiertje voorbij. Vol trots konden we elk papiertje waar ze om vroegen overleggen, totdat ze als laatste vroeg om een marca di bollo van 14,62. Alle keren dat we daar geweest zijn voor informatie hebben ze die nooit genoemd, maar het scheen ter vervanging van de verblijfsvergunning (= niet meer nodig) te zijn. Heel simpel te kopen bij de tabaccaio aan de overkant, maar het betekende wel dat we weer achter in de rij moesten aansluiten. Al met al waren we zo’n anderhalf uur bezig, maar nu lijkt het erop dat het sneller geregeld zal zijn dan de aanvraag van Rosanna (gedaan in de eerste week dat we hier zijn aangekomen). Haar aanvraag ligt nu in Rome, haar laatste woonplaats in Italië 40 jaar geleden, en daar hebben ze een achterstand. Over een maand moet ik vigile Luigi Roma op het politiebureau te pakken zien te krijgen (dat zal nog niet zo makkelijk zijn) en dan hoeft hij alleen maar iets te ondertekenen. Dit keer hoeft hij niet langs te komen, omdat hij me al heeft gezien toen hij voor Rosanna kwam.

De rust is (voor een paar dagen) wedergekeerd op Piazza Azzurra. De jongens zijn weer naar huis en ook Roberta en Lanfranca (die waren hier een paar daagjes) zijn zondag naar Rome teruggekeerd. We hebben een paar heerlijke weken met ze doorgebracht en ik heb het idee dat ze ook lekker uitgerust weer naar Nederland terug zijn gegaan. Ze hebben een mooie ronde tafel achtergelaten en ook 2 ventilatoren zijn nu opgehangen. Dat was ook niet zo maar even gedaan omdat de structuur van de plafonds hier heel anders in elkaar steekt. Maar met denkwerk van Henk en mijn vermogen om zijn ideeën in de ferramenta te vertolken zijn we er toch uitgekomen. Om voor een beetje actie in de tent te zorgen heeft Rosanna gezorgd dat we een brandje op het land kregen. Een perfecte vorm van animazione en een teambuildingcursus. We gaan dit idee nog verder uitwerken:) De asresten uit de pizzaoven waren toch niet helemaal uit en de berg met tuinafval op het land vatte dan ook snel vlam. De troepen werden meteen gemobiliseerd, de emmers gevuld met water uit de tuinslang (die was veel te kort om het vuur te bereiken), schoppen werden uit de schuur gehaald en met zijn alleen gingen we het vuur te lijf. Het was al snel onder controle, maar we beseften ons wel hoe gevaarlijk het zou kunnen zijn (zeker met de wind) en we gaan nu zorgen voor verschillende slangen met koppelstukken op het land, zodat je altijd en overal water bij de hand hebt. Met z’n zevenen ging het wel goed met al die emmers, maar als je maar met z’n tweeën bent wordt het een stuk lastiger. Trixie sloeg het geheel gade en werd beschuldigd van het achterlaten van een aangestoken sigaretje, maar dat was gemeen. Voor ’s avonds hadden we onze Duitse buren (+ een vriendin) uitgenodigd en Lanfranca had heerlijk Italiaans gekookt. Het was een beetje frisjes op de piazza, maar met een gestookte pizzaoven voor de geroosterde groentes, was het toch warm genoeg. De dag daarna aten wij bij de buren (meegebracht eend uit Beieren, mmm), samen met de Italiaanse buren en broer en schoonzus. Mina zorgde voor de levendigheid, wat een maf mens is dat toch 🙂
PS. Alle nieuwe foto’s in de blog en in het Troela album zijn gemaakt door Kevin en Henk. Hopelijk komt er binnenkort nog veel meer …..