Het begon goed, de eerste avond dat mijn familie aankwam. Ze waren redelijk op schema vanuit Pescara aangekomen. De regen kwam met bakken uit de hemel en nadat er eentje meteen naar de WC was gegaan, kwamen er ook golven water uit het kastje van de pomp. Het was zaterdagavond 8 uur, alle winkels waren dicht en het expansievat was uit elkaar gebarsten. Dat betekende het weekend met z’n negenen douchen en plassen bij ons. Voor ‘s nachts werden er emmers water gevuld om de WC door te spoelen en het douchen moest een beetje verdeeld worden gedurende de dag, zodat het hete water zich steeds kon bij vullen. Maandagochtend brachten we als eerste Rosanna’s auto naar de garage voor een beurt en daarna op naar Celino’s, dé loodgieter van Carovigno. Ze hadden een mooi blauw nieuw expansievat en met Steph’s en mijn vereende krachten kregen we het oude eraf (het zat allemaal nogal vastgeroest) en de nieuwe erop. Eerst lekte er nog water uit een andere buis, maar toen die aansuiting ook nog wat aangedraaid werd, was het in orde. Eigenlijk een hele simpele ingreep, die we al veel eerder hadden moeten doen (sorry, eerdere gasten voor die blaffende hond (of vis) tijdens de broodnodige nachtrust), maar het leek een ingewikkeldere klus dan uiteindelijk bleek.

Doordat het zo hard geregend had en iedereen natuurlijk over ons land wilde lopen, was het een modderiige bedoening in en om het huis, maar dat mocht de pret niet drukken. Duncan wilde graag een konijnenval graven en kwam er achter dat er onder de eerste laag klei al vrij snel een rotsbodem zat. Met zijn nichtjes Nina en Maria werd de – niet zo diepe – kuil gegraven, maar konijnen vangen ho maar. Er zijn hier ook helemaal geen konijnen en waar de jagers nu op schieten is ons ook een raadsel (kwartels?, fazanten?). De volgende dag werd er een illegaal vuurtje in de kuil gestookt (moeder Liesbeth was geschokt), waar Maria het hout voor had gehakt en na de belofte de volgende keer een emmer water mee te nemen konden ze rustig hun gang gaan. José is wel het actiefste van allemaal geweest. Eerst ‘s ochtends vroeg (hard)gelopen naar Carovigno en weer terug – toch zo’n 8 km in totaal – en een andere ochtend is ze op de fiets naar de zee gegaan, heeft een duik genomen en is weer teruggefietst. Ik kneep hem wel even omdat ze geen telefoon mee had en ons dus niet kon bereiken als ze de verkeerde weg had genomen, maar de zorgen waren voor niks. Ik vond het wel stoer van haar, zeker omdat het weer niet echt fantastisch was. Toen het eenmaal ophield met regenen, was het wel lekker, maar absoluut geen strandweer meer. Toch maf, dat dit vorige week nog kon en dan zo ineens is afgelopen. Al met al zijn er best wel wat uitstapjes gemaakt en verder hebben we lekker spelletjes gedaan, gekletst, geborreld en gegeten. Het ging allemaal reuze soepeltjes en het was erg gezellig. De pizza-avond was weer een succes, ondanks de 3 dubbele truien die aan moesten en ook deze keer werden ze weer verkozen tot beste pizza’s ooit :)

Het leven op het platteland brengt zijn eigen verrassingen met zich mee.. We leven met de zon en zo hadden we helemaal niet door dat de klok was teruggezet (gelukkig hielp Roberta ons hieraan herinneren). Het is nu al om half 6 donker en dat is best vroeg. Gisteren zijn ze begonnen met de eerste olijven”pluk” bij onze buren. De netten werden er onder gespannen en aan de punten omhoog gehouden, daarna werd er met een machine aan de boom geschud. Dat schudden waren helle snelle trillingen – een soort electrische tandenborstel – en leverde een mooi plaatje op. Er heeft zich ook weer een nieuw gevecht aangekondigd: de vliegende mier (denken we). Toen we hier in april aankwamen, vonden we allemaal lijkjes in een kast. Maar nu zijn ze dus terug and it’s alive! Het begon in de badkamer, op alle vochtige plekken kwamen ze te voorschijn en gingen ze samen klitten. Regelmatig moeten we met stoffer en blik op jacht en voor het douchen eerst een stuk of 50 wegspoelen. Het worden er steeds meer en ze rukken op, naar de slaapkamer, naar Rosie’s werkkamer….. We weten niet waar ze vandaan komen en hoe we het op moeten lossen. We hebben wel een paar tips gekregen van de natives, dus dat gaan we dan maar proberen. Het is heel irritant, vooral als je in bed ligt en het voelt kriebelen (niet echt, maar het idée…). Vannacht had ik trouwens hele andere zorgen, want om 4 uur werd ik wakker met een pijnlijke wang. Deze is inmiddels flink opgezwollen en de zoektocht naar een tandarts is begonnen. Deze schijnen nogal duur te zijn in Italie en met mijn minimale ziektekostenverzekering zal dit wel flink lappen worden. Mmm, niet echt iets waar we op zitten te wachten, maar het moet gebeuren.

Het beste nieuws heb ik voor het laatst bewaard! Vanaf 5 februari 2010 vliegt RyanAir vanaf Eindhoven naar Brindisi. Geen lange autoritten en extra hotelovernachtingen meer in Italië of België, maar een rechtstreekse vlucht naar het voor ons gunstigste vliegveld in Puglia. Dus…. kom maar op!

PS. Voor de meeste foto’s geldt: met dank aan Nina!